Structuur en organisatie

Baptisme

Graag leggen we meer uit over wat het voor ons betekent te functioneren als Baptistengemeente. Het baptisme als beweging is ontstaan in Engeland in de 17e eeuw. Groepen christenen, Puriteinen genoemd, zochten vernieuwing vanuit de Engelse staatskerk en stichtten eigen gemeenten. Vanuit een doorleefd geloof in Jezus Christus kozen zij er vrijwillig en bewust voor zich te verbinden aan God en aan elkaar. Zij noemden dat ‘covenanting’: het sluiten van een verbond. Het wezen van het baptisme ligt zo in het vormen van een gemeenschap voor het aangezicht van God door het geloof in Jezus Christus. De doop functioneerde als bezegeling van de verbondenheid met God en met elkaar. Zo ontstond een creatieve wisselwerking tussen gemeenschap en individu. Er wordt een bewuste keuze gemaakt voor gemeenschap, en in die gemeenschap wordt ieder persoonlijk serieus genomen met zijn inbreng en gaven. In Nederland ontstond het baptisme in de 19e eeuw met name in Noord-Nederland. In de vroegere veenkoloniën groeide het baptisme in betrokkenheid op de maatschappelijke situatie van armoede en alcoholisme. Zoals elke beweging kreeg ook het baptisme te maken met verstolling van het oorspronkelijke geloof, en baant het zich vandaag in Nederland opnieuw een weg naar vernieuwing, betrokken op de samenleving van nu.

Met respect voor andere kerkelijke tradities, geloven we dat de grondtonen van het baptisme Bijbelse noties naar voren brengen, die voor vandaag een eigen kracht hebben. Wat betekent kerk-zijn in een consumptiemaatschappij? Behoefte aan gemeenschap wordt hard gevoeld, maar hoe kom ik tot echte keuzes in het appèl dat daarin ook op mij persoonlijk wordt gedaan? In onze visie spreken we het verlangen uit een gemeenschap te zijn van mensen die zich willen laten veranderen door het goede nieuws van Jezus Christus. We voelen ons betrokken op de maatschappij in het zoeken van de vrede voor de stad. In het vervolg over identiteit en structuur lees je meer over hoe we als Baptistengemeente in deze uitdagingen onze weg willen zoeken. We leggen eerst meer uit over de waarde van de doop en over de verbinding tussen doop en lidmaatschap.

 

De doop 

In de BGA worden mensen gedoopt op de belijdenis dat Jezus hun Heer is. We willen hierin volgen wat de Bijbel ons onderwijst over de doop. De naam ‘baptist’ komt van het Griekse woord ‘baptizein’ dat onderdompelen betekent. De Bijbel spreekt over de doop als markeringspunt van het ‘ondergedompeld zijn in Jezus Christus’. Door niet meer te vertrouwen op onszelf maar op het volbrachte werk van Jezus, worden wij één gemaakt met zijn dood en opstanding (vgl. Romeinen 6,3-4 en Galaten 3,27-28). De doop herinnert ons eraan dat we veranderde mensen zijn. Het goede nieuws van Jezus verandert mensen van binnen uit. Jezus geeft ons een heel nieuwe identiteit, door ons te bevrijden van zowel zelfrechtvaardiging als zelfveroordeling. In de doop wordt deze nieuwe identiteit ‘uitgebeeld’ in het sterven van het oude leven (de onderdompeling als confronterend beeld van een watergraf) en het opstaan met Jezus in een nieuw leven.

 

Lidmaatschap en integratie in de gemeente

In de BGA is het lidmaatschap verbonden aan de doop op grond van belijdenis. Door lid te worden van de BGA kiest een gelovige voor betrokkenheid en toewijding. Door samen hardop “ja” te zeggen tegen een nieuw lid in een dienst, kiest ook de gemeente voor zorg en toewijding naar het nieuwe lid. In deze vorm zie je iets terug van het verbond dat wij in deze tijd sluiten met elkaar en met God. Zo willen wij samen een gemeenschap zijn.

Dat we kiezen voor een lidmaatschap verbonden aan de doop op grond van belijdenis, wordt ingegeven door ons verlangen te volgen wat de Bijbel ons leert over de doop. In ons denken vanuit de gemeenschap wordt de identiteit van de gemeente, ook wat betreft de doop, bepaald door alle leden samen. Lidmaatschap houdt daarom het mede vormgeven aan de identiteit van de gemeente in.

Christenen die niet voor de doop op belijdenis en/of lidmaatschap kiezen, aanvaarden we van harte als broer of zus in Christus. We willen samen met hen gemeente zijn, onder andere in de diensten, de viering van het Avondmaal, de (huis)kringen en de gebedscellen. Zij zijn op onze weg gekomen en we zien een verantwoordelijkheid voor hen. Onze vraag is wel in hoeverre zij zich op onze weg gesteld zien en of ze ons verstaan van de Bijbel ten aanzien van de doop willen onderzoeken en serieus willen overwegen zich dat toe te eigenen.

 

Vaste bezoekers

Het is mogelijk om als ‘vaste bezoeker’ te integreren in de gemeente. Dit is bedoeld voor mensen die zich (nog) niet willen laten dopen op hun belijdenis, maar voor wie de gemeente wel hun geestelijk ‘thuis’ is. In een gesprek willen we graag met hen doorpraten over de verbondenheid met God en met de gemeente. We vragen van hen wel de bereidheid om met ons in open gesprek te zijn over de doop.

In een teamsituatie kunnen mensen die geen lid zijn hun gaven inzetten, waarbij een lid van de gemeente eindverantwoordelijkheid draagt (bijv. in kosterdienst, geluidsdienst, Alpha-cursus, huiskringen,  kinderwerk). We willen binnen dat kader met hen zoeken naar een plek in de gemeente die aansluit bij hun verlangen en gaven.

Wie zich wil laten dopen, lid of vaste bezoeker wil worden, kan contact opnemen met één van de wijkoudsten. Om lid of vaste bezoeker te worden, is het nodig om deel te nemen aan de introductiecursus die twee keer per jaar plaatsvindt.

 

Zegenen van kinderen

In onze gemeente worden pasgeboren kinderen in de samenkomst gezegend. We geloven dat de kinderen door Gods genade en het offer van Jezus bij Gods rijk en bij de gemeente horen. Daarom halen we de pasgeborenen naar voren in een dienst. Met de ouders zijn we blij en prijzen we God voor een nieuw leven. We erkennen God als Schepper en Vader van het kindje, net zoals Jozef en Maria deden met de kleine Jezus. Naar het voorbeeld van Jezus leggen we de kinderen de handen op en zegenen we hen (vgl. Marcus 10,13-16). Ook ouders die geen lid van de gemeente zijn, maar wel hun geestelijk ‘thuis’ vinden in de gemeente, kunnen hun kind(eren) laten zegenen. Je kunt hiervoor contact opnemen met de voorganger of met de oudste van de wijk waar je woont.

 

Ledenvergadering 

Vier keer per jaar is er een vergadering voor alle leden van de gemeente (februari voor visie en jaarplannen). In deze vergadering, waarin ieder zijn stem kan laten horen, neemt de gemeente besluiten. We geloven dat de Heer Jezus ons zo leidt, door de gemeenschap van de leden, die bij elkaar zijn om Gods wil te zoeken en te doen. Ook in deze vorm van komen tot beslissingen zie je iets terug van de baptisten visie op gemeenschap. Om mee te kunnen denken in beslissingen wordt gezorgd voor een goede informatievoorziening voor de leden. Naast de ledenvergadering zijn er andere manieren om als gemeenschap in gesprek te zijn en Gods leiding te zoeken. Wanneer nodig zijn er bijeenkomsten in de wijken om samen na te denken over de visie en koers van de gemeente. Zo zijn er in 2003 en in 2007 diverse creatieve sessies geweest in het proces naar de toekomstvisie en speerpunten voor de gemeente. Gezamenlijke besluitvorming vindt plaats in de ledenvergadering.

 

Leiding

De leden van de BGA kiezen uit hun midden een aantal oudsten en diakenen. Samen vormen zij de raad. De oudsten geven leiding aan de gemeente, met ondersteuning van de diakenen. De gemeente kent een bestuurlijke en een pastorale raad. Zorg voor mensen (pastorale raad) en zorg voor activiteiten (bestuurlijke raad) kunnen zo goed tot hun recht komen. De oudsten komen elke maand samen in het oudstenberaad. Vanuit het oudstenberaad wordt geestelijk leiding gegeven aan de gemeente. Alle oudsten en diakenen ontmoeten elkaar vier keer per jaar in de ‘totaalraad’, waar met name tijd wordt genomen voor bezinning en gebed. De pastorale en bestuurlijke raad komen ieder vier keer per jaar samen.

 

Pastorale raad: contact in wijken

In de pastorale raad werken we in een wijkgerichte basisstructuur. Er zijn acht wijken, elk bestaand uit een aantal stadswijken en wijken voor het gebied buiten Amersfoort (zie achterin dit boekje). Een klein team van wijkoudste en wijkdiaken houdt het overzicht over elke wijk. Zij houden oog op het welbevinden van de mensen in hun wijk. Zij zijn beschikbaar als er behoefte is aan een gesprek. Ook kunnen zij op eigen initiatief mensen opzoeken.

Het team van oudste en diaken werkt samen met de kringleiders van de wijkkringen. Zij zijn er vooral op uit onderlinge gemeenschap en het inzetten van gaven in de wijk te bevorderen en te coördineren. De oudste heeft de geestelijke leiding en de diaken is een soort ‘spelverdeler’ in de wijk. Zij stimuleren initiatieven in de wijken ‘van onderop’, aansluitend bij de behoefte. Zo kwam in een wijk een informele opvoedkring van de grond en blijkt koffiehuis of BBQ in de wijk aan te slaan. In sommige wijken zijn met andere kerken initiatieven genomen om iets te betekenen in de buurt. De meeste huiskringen zijn wijkgericht, zodat in elke wijk één of meer kringen te vinden zijn. Naast de zorg voor elkaar in de kringen, is de wijkdiaken het aanspreekpunt in de wijk als er praktische hulp nodig is. De wijkdiaken kan dan mensen of een kring in de wijk mobiliseren. In principe gaan de wijkoudsten geen langer lopend pastoraal contact aan. Dit is de taak van het pastoraal team, eventueel ondersteund vanuit de kring.

 

Bestuurlijke raad: ondersteuning van taakvelden

De bestuurlijke raad richt zich op een goede gang van zaken in bestuur en organisatie van de gemeente. Belangrijke aandachtsgebieden zijn communicatie en financiën. Daarnaast wordt vanuit de bestuurlijke raad in de jaarplan-cyclus een hulpmiddel  gegeven aan de taakveldleiders om in het taakveld de visie van de gemeente te vertalen naar plannen en benodigde middelen. Vanuit de visie en de jaarplannen worden door de oudsten de prioriteiten voor een nieuw jaar vastgesteld en ook in de jaarlijkse begroting vorm gegeven.

 

Taakvelden

De diverse bedieningen in de gemeente zijn in taakvelden georganiseerd. De diverse taakvelden zijn onderverdeeld in vijf werkvelden: eredienst, zorg voor elkaar, onderwijs, kinderen en jongeren en missionaire gemeente. Aan elk werkveld is een oudste verbonden die meedenkt over de grote lijn van de visie. De taakveldleiders vormen een ‘tweede laag van leiderschap’ in de uitvoerende leiding binnen het taakveld. De betrokken oudste en de taakveldleiders geven zo  vanuit de visie van de gemeente vorm aan de jaarplannen voor het taakveld met een eigen budget. Zo wordt het mogelijk samen de visie praktisch te vertalen en verantwoordelijkheid op verschillende niveaus te spreiden over meerdere mensen.

 

Geven

We zien het geven voor de gemeente als een zeer waardevolle investering in het koninkrijk van God. Voor het jaar 2011 heeft de BGA een begroting van circa 157.000 euro. Belangrijkste posten zijn de voorgangers, parttime krachten en de huisvesting van de gemeente. Naast de collectes bestaan de inkomsten uit vrijwillige bijdragen van leden en bezoekers (gemiddeld 57,50 euro per lid per maand). We doen een beroep op ieder die zich betrokken voelt bij de gemeente, om op regelmatige basis te geven voor de gemeente. Omdat we transparant willen zijn in onze financiën is voor ieder die geeft een financieel jaaroverzicht aan te vragen bij de secretaris.

 

Seksualiteit, huwelijk en de christelijke gemeente

In vragen rondom seksualiteit gaat het ons niet om de goede moraal op zichzelf. Vragen hierover staan in het grotere kader van God die een relatie met ons wil. God die ons gemaakt en verlost heeft.

We geloven dat Gods instelling van het huwelijk aansluit bij wat heilzaam en passend voor ons is. Daarom spreken en denken we als gemeente vanuit een positieve keus voor het huwelijk als een verbond waarin man en vrouw tot hun recht komen, ook in de vragen rondom samenwonen en homoseksualiteit. Tegelijkertijd willen we in onze houding goed luisteren om tot verstaan te komen van de verschillende situaties.

We zoeken samen naar de ‘motieven van het hart’ en naar Gods bedoeling met het huwelijk. We vinden het belangrijk dat er een sfeer van vertrouwen is in de gemeente, waardoor mensen eerlijk kunnen en durven zijn over hun ideeën en gevoelens. We willen samen onderweg zijn in het licht van de relatie met God en elkaar steeds de vragen voorhouden: Wat betekent het goede nieuws van Jezus voor mij? Wil je Jezus volgen? Hoe volg ik Jezus? Hierin hebben we elkaar nodig.

 

Profetie

We staan als gemeente open voor de gaven van de Geest, zoals het Nieuwe Testament daar over spreekt (o.a. in 1 Korinthiërs 12-14). We zijn als gemeente door onderwijs in de diensten en gesprek in de kringen nagegaan vanuit de Bijbel wat God zegt over profetie. We geloven dat God op ons betrokken is en vandaag nog spreekt. Tegelijk is het ook iets nieuws voor de gemeente. We willen hier zorgvuldig mee om gaan en er in leren.

Dit zijn in grote lijn de uitgangspunten die we hanteren:

  • Gods Woord zegt dat een profetie tot opbouw moet zijn van de gemeente (1 Korinthiërs 14,26).
  • Profetie is onvolkomen (1 Korinthiërs 13,9): je zit er als mens tussen.
  • Daarom moet profetie beoordeeld en getoetst worden binnen het lichaam van Christus (1 Korinthiërs 14,30; 1 Tessalonicenzen 5,20-21).

Als gemeente hebben we afgesproken dat iemand die een profetie denkt te hebben, dit ter beoordeling kan voorleggen aan de oudsten. Bij die beoordeling wordt in ieder geval de vuistregel gehanteerd dat de profetie in lijn moet zijn met de Bijbel en het gebod van de liefde. De oudsten zullen, ook met inschakeling van gaven van anderen in de gemeente, de profetie toetsen en bepalen of deze gedeeld zal worden in de gemeente.