Liedteksten zondag 19 juli
We zijn hier bij elkaar
om de Koning te ontmoeten.
We zijn hier bij elkaar
om te eren onze Heer.
We zijn hier bij elkaar
om te vieren dat Hij goed is.
En wij prijzen en aanbidden Hem,
Jezus, onze Heer!
Heer, U bent welkom, welkom,
U bent welkom, grote koning.
Wij heffen onze handen op
naar de God van alle eeuwen.
Heer, U bent welkom, welkom,
U bent welkom Zoon van God
Wij richten heel ons hart op U;
U bent welkom in ons midden.
We zijn hier bij elkaar
om de Koning te ontmoeten.
We zijn hier bij elkaar
om te eren onze Heer.
We zijn hier bij elkaar
om te vieren dat Hij goed is.
En wij prijzen en aanbidden Hem,
Jezus, onze Heer!
Heer, U bent welkom, welkom,
U bent welkom, grote koning.
Wij heffen onze handen op
naar de God van alle eeuwen.
Heer, U bent welkom, welkom,
U bent welkom Zoon van God
Wij richten heel ons hart op U;
U bent welkom in ons midden.
Heer, U bent welkom, welkom,
U bent welkom, grote koning.
Wij heffen onze handen op
naar de God van alle eeuwen.
Heer, U bent welkom, welkom,
U bent welkom Zoon van God
Wij richten heel ons hart op U;
U bent welkom in ons midden.
U bent welkom in ons midden.
U bent welkom in ons midden.
Stel dat je een droomreis wint,
waar wil je dan graag heen?
Wie kies je uit om mee te gaan
of vraag je iedereen?
En zou je willen rijden, varen,
vliegen als het kon?
Wat zou je leren, zou je zien
voorbij de horizon?
God zei: Mozes, luister goed,
het is de hoogste tijd
dat Ik het volk van Israël
van slavernij bevrijd.
Egypte moet hen laten gaan.
Neem jij ze bij de hand,
en maak met hen die grote reis
naar het beloofde land.
Op reis, op reis,
daar gaan we, hand in hand,
met dat ene doel voor ogen,
op naar het beloofde land.
Op reis, op reis,
met dat ene doel in zicht.
Al is het soms wat donker,
aan het einde brandt Zijn licht.
De één gaat reizen als het kan,
de ander als het moet.
Maria ging per ezeltje
en Jozef ging te voet.
De wijzen reisden per kameel,
leert hun geschiedenis.
En Paulus stapte op de boot,
en Jona ging per vis.
Op reis, op reis,
daar gaan we, hand in hand,
met dat ene doel voor ogen,
op naar het beloofde land.
Op reis, op reis,
met dat ene doel in zicht.
Al is het soms wat donker,
aan het einde brandt Zijn licht.
Het leven is een lange reis,
soms prachtig en soms naar.
Soms lijkt het als vanzelf te gaan
maar soms ook is het zwaar.
Langs bergen en door dalen heen,
soms voelt het warm, soms koud,
maar God gaat altijd met je mee
omdat Hij van je houdt.
Op reis, op reis,
daar gaan we, hand in hand,
met dat ene doel voor ogen,
op naar het beloofde land.
Op reis, op reis,
met dat ene doel in zicht.
Al is het soms wat donker,
aan het einde brandt Zijn licht.
Op reis, op reis,
daar gaan we, hand in hand,
met dat ene doel voor ogen,
op naar het beloofde land.
Op reis, op reis,
met dat ene doel in zicht.
Al is het soms wat donker,
aan het einde brandt Zijn licht.
Kom, nu is de tijd: aanbid Hem
Kom, nu is de tijd: ontmoet jouw God
Kom, zoals je bent, aanbid Hem
Kom, zoals je bent en geef je hart
Kom
Kom, nu is de tijd: aanbid Hem
Kom, nu is de tijd: ontmoet jouw God
Kom, zoals je bent, aanbid Hem
Kom, zoals je bent en geef je hart
Kom
Eens zal elke tong U belijden als Heer
Buigt zich elke knie voor U neer
Toch heeft U het beste hem beloofd
Die nu in U gelooft
Kom, nu is de tijd: aanbid Hem
Kom, nu is de tijd: ontmoet jouw God
Kom, zoals je bent, aanbid Hem
Kom, zoals je bent en geef je hart
Kom
Eens zal elke tong U belijden als Heer
Buigt zich elke knie voor U neer
Toch heeft U het beste hem beloofd
Die nu in U gelooft
Eens zal elke tong U belijden als Heer
Buigt zich elke knie voor U neer
Toch heeft U het beste hem beloofd
Die nu in U gelooft
Kom, nu is de tijd: aanbid Hem
Kom, nu is de tijd: ontmoet jouw God
Kom, kom, kom
Heer, U doorgrondt en kent mij;
mijn zitten en mijn staan
en U kent mijn gedachten,
mijn liggen en mijn gaan.
De woorden van mijn mond, o Heer,
die zijn voor U bekend
en waar ik ook naar toe zou gaan,
ik weet dat U daar bent.
Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen.
Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen,
elke dag.
Heer, U doorgrondt en kent mij,
want in de moederschoot
ben ik door U geweven;
U bent oneindig groot.
Ik dank U voor dit wonder, Heer,
dat U mijn leven kent
en wat er ook gebeuren zal,
dat U steeds bij mij bent.
Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen.
Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen,
elke dag.
Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen.
Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen,
elke dag.
You call me out upon the waters
The great unknown where feet may fail
And there I find You in the mystery
In oceans deep
My faith will stand
And I will call upon Your name
And keep my eyes above the waves
When oceans rise
My soul will rest in Your embrace
For I am Yours and You are mine
Your grace abounds in deepest waters
Your sovereign hand
Will be my guide
Where feet may fail and fear surrounds me
You've never failed and You won't start now
So I will call upon Your name
And keep my eyes above the waves
When oceans rise
My soul will rest in Your embrace
For I am Yours and You are mine
Spirit lead me where my trust is without borders
Let me walk upon the waters
Wherever You would call me
Take me deeper than my feet could ever wander
And my faith will be made stronger
In the presence of my Savior
Spirit lead me where my trust is without borders
Let me walk upon the waters
Wherever You would call me
Take me deeper than my feet could ever wander
And my faith will be made stronger
In the presence of my Savior Spirit lead me where my trust is without borders
Let me walk upon the waters
Wherever You would call me
Take me deeper than my feet could ever wander
And my faith will be made stronger
In the presence of my Savior
Spirit lead me where my trust is without borders
Let me walk upon the waters
Wherever You would call me
Take me deeper than my feet could ever wander
And my faith will be made stronger
In the presence of my Savior
Spirit lead me where my trust is without borders
Let me walk upon the waters
Wherever You would call me
Take me deeper than my feet could ever wander
And my faith will be made stronger
In the presence of my Savior
I will call upon Your Name
Keep my eyes above the waves
My soul will rest in Your embrace
I am Yours and You are mine
Ik hef mijn ogen op naar de bergen,
waar komt mijn hulp vandaan?
Ik hef mijn ogen op naar U, Heer,
die mij bij zal staan.
Mijn hulp is van U, Heer,
die alles heeft gemaakt.
U zult voorkomen dat ik wankel of val.
U bent mijn beschermer
die over mij waakt,
die niet sluimeren of slapen zal
Wat kan mij gebeuren
door zon of door maan?
U bent mijn schaduw,
U bent er altijd.
Bewaart heel mijn leven;
mijn komen en gaan,
U beschermt mij tot in eeuwigheid.
Mijn hulp is van U, Heer!
Ik hef mijn ogen op naar de bergen,
waar komt mijn hulp vandaan?
Ik hef mijn ogen op naar U, Heer,
die mij bij zal staan.
Mijn hulp is van U, Heer,
die alles heeft gemaakt.
U zult voorkomen dat ik wankel of val.
U bent mijn beschermer
die over mij waakt,
die niet sluimeren of slapen zal.
Wat kan mij gebeuren
door zon of door maan?
U bent mijn schaduw,
U bent er altijd.
Bewaart heel mijn leven;
mijn komen en gaan,
U beschermt mij tot in eeuwigheid.
Mijn hulp is van U, Heer!
O, van U!
Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam.
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.
Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.
De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.
‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.
O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.
‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.
Wie is als Hij?
de Leeuw maar ook het Lam,
gezeten op de troon.
Bergen buigen neer,
de zee verheft haar stem
voor de allerhoogste Heer.
Prijs Adonai,
wanneer de zon opkomt
totdat ze ondergaat.
Prijs Adonai,
alle naties van de aard’
alle heiligen; aanbid Hem.
Wie is als Hij?
de Leeuw maar ook het Lam,
gezeten op de troon.
Bergen buigen neer,
de zee verheft haar stem
voor de allerhoogste Heer.
Prijs Adonai,
wanneer de zon opkomt
totdat ze ondergaat.
Prijs Adonai,
alle naties van de aard’
alle heiligen; aanbid Hem.
Prijs Adonai,
wanneer de zon opkomt
totdat ze ondergaat.
Prijs Adonai,
alle naties van de aard’
alle heiligen; aanbid Hem.
Prijs Adonai,
wanneer de zon opkomt
totdat ze ondergaat.
Prijs Adonai,
alle naties van de aard’
alle heiligen; aanbid Hem.